Wanneer is de OR nog op tijd?

Bij AI kan een ondernemingsraad formeel betrokken zijn en toch laat aan tafel komen. De leverancier kan al gekozen zijn, het doel van het systeem vaststaan en duidelijk kan zijn welke data worden gebruikt en welke werkprocessen veranderen. Er is dan nog steeds medezeggenschap, maar over steeds minder wezenlijke keuzes.

Het Europese iMET-project over AI en sociale dialoog maakt dat onderscheid concreet. Informatie en consultatie van werknemersvertegenwoordigers worden daar gekoppeld aan keuzes rond aanschaf, implementatie en monitoring. Voor een OR wordt de vraag daarmee niet alleen wanneer hij voor het eerst is geïnformeerd, maar vooral welke beslisruimte op dat moment nog bestond. Kon het doel van het systeem nog veranderen? Het gebruik van werknemersdata? De menselijke controle? De inrichting van het werk?

Dat is een bruikbare maat voor tijdige medezeggenschap. Niet de eerste vergaderdatum is doorslaggevend, maar de vraag of er toen nog werkelijk iets te kiezen viel.

De cao-tafel schuift op, maar vervangt de OR niet

FNV heeft AI expliciet opgenomen in de landelijke arbeidsvoorwaardenagenda. Werknemers moeten meer zeggenschap krijgen over AI, AI-geletterdheid wordt genoemd en FNV wil afspraken maken over de gevolgen van technologie voor het werk.

Dat maakt de verhouding tussen cao en ondernemingsraad concreter. In een cao kunnen algemene afspraken worden gemaakt over scholing, werknemersbetrokkenheid en uitgangspunten voor het gebruik van AI. Zodra een werkgever AI inzet voor bijvoorbeeld personeelsplanning, beoordeling van medewerkers of het overnemen van werkzaamheden, ontstaan vragen die alleen binnen de eigen organisatie goed kunnen worden beantwoord. Welke werknemersgegevens gebruikt het systeem? Welke taken veranderen? Wie kan een AI-besluit corrigeren? Wat gebeurt er met werkdruk, functies en formatie?

Cao en medezeggenschap hoeven elkaar hier niet te verdringen. De cao kan gezamenlijke spelregels vastleggen; de ondernemingsraad kan invloed uitoefenen op de concrete toepassing en de gevolgen daarvan in de eigen organisatie. Juist daardoor wordt het belangrijk dat de OR niet pas aanschuift wanneer de belangrijkste ontwerp- en invoeringskeuzes al zijn gemaakt.