Wat is de toekomst van AI?

Deze opinie is eerder verschenen op Foodlog. Foodlog is een open nieuws- en discussieplatform waar professionals en publiek met elkaar het nieuws duiden.
Deze opinie verscheen in de Foodlog reeks: In onze Wat is …? series gaan we met bekende en minder bekende mensen op zoek naar wat hen motiveert om te ontdekken of we elkaar van daaruit weer kunnen vinden. Waarom we dit doen lees je in De ontdekking van de ander.

Meer winst, of eindelijk meer tijd?

Technologie leverde steeds meer productiviteit op, maar die winst kwam vaak bij enkelen terecht. AI biedt opnieuw die keuze, maar dit keer kunnen we haar misschien gebruiken voor meer tijd in plaats van alleen meer winst. Dat hoopt boerenzoon en strategisch adviseur Jeroen van Buuren.

De slimme koelkast zou ooit zelf melk bestellen. Dat gebeurde niet. Twintig jaar geleden werd het Internet of Things verkocht als de volgende grote revolutie. Apparaten zouden met elkaar gaan praten, huizen zouden vooruitdenken, auto’s zouden zichzelf organiseren en het dagelijks leven zou vanzelf soepeler worden.

Een deel van die beloften is uitgekomen. Veel is ook gewoon fantasie gebleken. Dat AI ons leven ingrijpend zal veranderen, staat vast. Maar niet omdat de technologie dicteert waar we naartoe gaan. Wij als samenleving moeten kiezen hoe we ermee omgaan. De discussie over AI-modellen zoals Mythos van Anthropic laat dat zien. 

De oude belofte van technologie

Elke grote technologische vernieuwing kwam met een belofte. De stoommachine zou zwaar werk verlichten. Massaproductie zou goederen goedkoper maken. Computers zouden administratief werk overnemen. Internet zou kennis voor iedereen toegankelijk maken.

Dat gebeurde ook. Maar er gebeurde nog iets. De productiviteit steeg, terwijl de opbrengst daarvan lang niet altijd bij de mensen terechtkwam die het werk deden. Machines gingen geen loonbelasting betalen. Arbeiders wel. Fabrieken werden efficiënter, maar de winst kwam vooral bij fabriekseigenaren terecht. Computers namen taken over, maar de beloofde vrije tijd voor iedereen bleef uit. 

Arbeiders kregen nieuwe banen, maar niet noodzakelijk een beter leven. Technologie maakte ons rijker, maar niet automatisch vrijer. Naarmate het meer over data ging draaien, maakte zij vooral bedrijven groter, processen sneller en concurrentie scherper. Wie niet mee kon, viel af. Wie de technologie bezat, organiseerde of financierde, werd rijker.

Dat zijn de wolken die boven AI hangen.

AI als gereedschap

Ik werk dagelijks met AI. Ik zie wat het kan. Een vertaalprogramma als DeepL geeft mij ineens toegang tot Braziliaans landbouwonderzoek. ChatGPT en Claude laten het me zelfs meteen in een Nederlandse samenvatting zien. Waar taal vroeger een barrière was, kan ik nu in korte tijd een rapport in het Portugees lezen.

Ook als kaartenbak is AI nuttig. Het ordent informatie en maakt er een overzicht van. Waar ik vroeger uren kwijt was aan stapels documenten, krijg ik ze nu samengevat in een keurige analyse binnen twee minuten. En als ik die in 2.000 woorden te lang vind, dan krijg ik de essentie in 500 omdat ik haast heb of te lui ben.

Maar daarmee is mijn werk niet verdwenen. Ik moet nog steeds lezen, controleren, wegen en nadenken. AI vervangt mijn oordeel niet. Het versnelt vooral mijn weg ernaartoe.

Daarom geloof ik niet in de grootste beloften die nu rond AI worden gedaan. Grote taalmodellen zijn indrukwekkend, maar geen tovenaars. Elke nieuwe versie wordt aangekondigd als een grote sprong vooruit. In de praktijk zijn de verschillen vaak kleiner dan de verwachtingen. Ik heb zelfs een voorkeur voor de output van wat oudere taalmodellen. AI is een sterk gereedschap, maar niet meer dan dat.

Als AI taken overneemt, komt er tijd vrij. De vraag is wat er met die tijd gebeurt

Daarom moeten we het gesprek over AI minder technisch voeren. Niet: wat kan het model straks allemaal? Maar: wie profiteert ervan als het werkt?

De keuze die opnieuw op tafel ligt

Als AI taken overneemt, komt er tijd vrij. De vraag is wat er met die tijd gebeurt.

Wordt die tijd gebruikt om nog meer productie uit mensen te persen? Wordt AI een middel om minder mensen hetzelfde werk te laten doen, met hogere winsten voor bedrijven en aandeelhouders? Wordt de werkdruk alleen maar groter, omdat iedereen sneller moet reageren, sneller moet leveren en sneller moet concurreren? Of durven we deze keer iets anders te doen?

De echte revolutie van AI is dat het de werkdruk kan verlagen. Het kan saaie, herhalende taken overnemen. Het kan mensen ondersteunen bij zoeken, ordenen, vertalen, plannen en controleren. Het kan ruimte maken voor beter werk, rustiger werk en vooral minder werk. De AI-revolutie gaat over tijd.

Naar een werkweek van drie dagen?

In de jaren ’60 van de vorige eeuw werd de vrije zaterdag normaal. Dat gebeurde niet vanzelf. Het was het resultaat van economische groei, sociale druk, politieke keuzes en technologische vooruitgang. De samenleving besloot dat vooruitgang niet alleen in meer productie mocht zitten, maar ook in een beter leven.

Nu staan we opnieuw op zo’n punt. AI kan ons in een ratrace duwen, waarin iedereen weer harder moet lopen om de technologie bij te houden. Maar AI kan ons ook helpen om uit die ratrace te stappen.

De vraag is dus niet of AI ons werk zal veranderen. Dat is allang aan de gang. De vraag is of de winst van die verandering opnieuw naar een beperkte groep gaat, of dat we haar breder verdelen. In geld, maar vooral in tijd.

Kunnen we dankzij AI toe naar een drie- of misschien wel tweedaagse werkweek waarin we veel beter kunnen nadenken over het werk dat we AI voor ons laten doen? Kunnen we de gewonnen productiviteit gebruiken voor meer rust, meer vrienden en familie, meer gemeenschap en meer aandacht? Kunnen we technologie eindelijk laten doen wat ons al zo vaak is beloofd: ons niet alleen rijker maken, maar ook vrijer?

Mijn hoop

Mijn hoop is dat we deze keer niet automatisch kiezen voor meer winst voor enkelen. Mijn hoop is dat we AI niet alleen inzetten om bedrijven efficiënter te maken, maar om het leven van veel mensen beter en weer aardser te maken.

Technologie beslist dat niet voor ons. AI zal ons niet vanzelf bevrijden, maar de ruimte daarvoor scheppen. Of we die gaan gebruiken, is de echte vraag.